21 maart 2025
Op 21 maart 2025 kwamen de verschillende werkpakket-leiders en onderzoekers van het VeenVitaal-project bijeen om de voortgang te bespreken en zich voor te bereiden op de aankomende Consortiumdag op 10 april. We waren te gast bij het bedrijf van Henk-Jan Soede, biologisch melkveehouder en bestuurslid bij BoerenNatuur. We bespraken de diverse resultaten en bevindingen die gedeeld kunnen worden met het consortium en die cruciaal zijn voor het behoud en herstel van Nederlandse veengebieden. Een belangrijke vraag is hoe de gevonden resultaten zijn te vertalen naar de boer en zijn of haar bedrijf. Hiervoor konden we dankbaar gebruik maken van de kennis en kunde van Henk-Jan. Enkele onderzoekers waren afwezig maar lieten zich vertegenwoordigen door de werkpakketleiders.
WP1: Biodiversiteit aan de oevers. Matty Berg lichtte het onderzoek van Lianne Woudstra toe in de eerste sessie over de biodiversiteit in slootkanten. De focus ligt hier op regenwormen en loopkevers. Opvallend resultaat is dat natuurvriendelijke oevers over het algemeen niet beter scoren in het aantal regenwormen en loopkevers en dit geldt ook voor de soortenrijkdom van deze twee groepen. Wat wel opvalt is dat de soortensamenstelling verschuift van conventionele slootkant naar natuurvriendelijke slootkanten, namelijk naar meer gevoelige en bijzondere soorten in de NVO.
WP2: Bodem en koolstofvastlegging. James Weedon vertelde dat uit het onderzoek van Sanne Bethe naar koolstofopslag (met behulp van de tea bag-methode) blijkt dat veel factoren niet of nauwelijks van invloed zijn. De belangrijkste factor die wel invloed heeft op de afbraaksnelheid is het plantmateriaal: riet verteert slechter dan ander plantmateriaal. Dit biedt kansen voor meer koolstofopslag in rietlanden. Er is ook gesproken over o.a. carbon credits en de rol van graslandbeheer, waarbij extensief beheer een duurzaam verdienmodel kan bieden voor boeren.
WP3: Iconische soortenbescherming. Het team richt zich o.a. op het monitoren van iconische soorten, zoals de grutto. Roeland Bom heeft de afgelopen twee jaar een twintigtal grutto’s van een mini-GPS-satellietzender voorzien, verspreid over de regio. Via de gruttozenders is heel mooi te zien wat een enorme afstanden grutto’s afleggen naar hun overwinteringsgebied. Maar ook dat in de periode waarin de jongen uit het ei komen, ze heel lokaal op één of maar een paar percelen met hun jongen verblijven. Waarom ze juiste deze percelen kiezen proberen we nu aan de hand van aanvullende gegevens over graslandkwaliteit en voedselaanbod te begrijpen. Cruciaal voor het behoud van de grutto in sommige regio’s is het in de hand houden van predatie door vossen. Het installeren van rasters is kostbaar en vaak niet afdoende, terwijl jacht nodig lijkt, maar een gevoelig punt is.
WP4: Verdienmodellen voor boeren. Jorn van Elden en Mark Koetse waren helaas afwezig, maar het gesprek ging over de uitdagingen rondom verdienmodellen voor boeren. De vergoeding binnen het ANLb-programma is verviervoudigd, maar structurele oplossingen blijven moeilijk, vooral als biodiversiteitsmaatregelen ruimte wegnemen van landbouwgrond.
WP5: Opschaling en ecosysteemdiensten. De focus ligt hier op de opschaling van maatregelen en het koppelen van ecosysteemdiensten aan concrete acties. Mart Verwijmeren en Marcelle Lock lieten zien welke modellen zij hebben gevonden die wellicht geschikt zijn voor opschaling. Deze lijst hebben we waar mogelijk aangevuld.
WP6: Communicatie en kennisdeling. Tenslotte werd er gesproken over het belang van communicatie binnen het project. De website wordt vernieuwd en er is een nieuwe nieuwsbrief in de maak. Het Regenwormenfestival wordt breed opgezet om nog meer mensen te betrekken bij dit project.
Met input uit alle werkpakketten en een heldere focus op de komende Consortiumdag staat het VeenVitaal-project stevig in de startblokken om duurzame oplossingen te bieden voor de veengebieden in Nederland. We sloten het overleg af met een rondleiding over het bedrijf de “Ekohoeve”.