Nieuwsbrief mei 2026

Het veldseizoen voor het ecologisch onderzoek is weer van start gegaan. Geheel volgens VeenVitaal-traditie vormde het Regenwormenfestival in de derde week van maart de aftrap. In deze nieuwsbrief leest u meer over onze festivals, net als over gezenderde grutto Ruimzicht die wel een heel speciale reis maakte. Ook lichten we de nieuwe activiteiten van onze onderzoekers toe en vindt u meer informatie over onze vernieuwde website, waarop u al een flinke verzameling kunt vinden van artikelen, presentaties en andere producten die het onderzoek tot nu toe heeft opgeleverd.

Veel leesplezier en hartelijke groeten van het VeenVitaal-team.

Regenwormenfestival, maart 2026 in Polder Zeevang


Wat gaan we doen in dit veldseizoen (en daarna)?

Voor een aantal jonge onderzoekers van het eerste uur, met name Lianne Woudstra (biodiversiteit) en Sanne Bethe (ecosysteemprocessen), breekt hun laatste jaar in VeenVitaal aan. Eind 2026 loopt hun contract af en dit houdt in dat ze dit jaar hun gegevens gaan analyseren en opschrijven. Uiteraard komen hier waardevolle suggesties en aanbevelingen uit voort die we met iedereen zullen delen zodat we met zijn allen impact kunnen bereiken.

Gelukkig kunnen we nog steeds vragen uit de praktijk oppakken. Een zevental studenten van Aeres en VU komen bij VeenVitaal stage lopen. Zij gaan onderzoeken of natuurvriendelijke oevers goed zijn voor insecten, met name voor zweefvliegen, wantsen en cicaden die van planten afhankelijk zijn. En of oud, overjarig riet inderdaad meer soorten insecten bevat dan jaarlijks gemaaid riet. Ook worden een 15-tal nieuwe oevers geïnventariseerd op planten (Oeverindex) en het vóórkomen van loopkevers, vooral aan de oostkant van Amsterdam (Zegveld, Kamerik, Wilnis). Het totaal aantal onderzochte oevers in het project komt hiermee in de buurt van de honderd.

Onderzoeksposters op open dag van Boerderij Rutte, Zaandam

We gaan het gebiedsproces Spaarnwoude helpen met het inventariseren van graslandtypen, het steken van bodemprofielen en het onderzoeken van het landgebruik door de grutto. Dit alles om te komen tot een plan om een flinke hoeveelheid kuikenland van goede kwaliteit te realiseren om zo de grutto er bovenop te helpen. We gaan weer proberen tien nieuwe grutto’s van een satellietzender te voorzien, in Polder Zeevang, het Wormer- en Jisperveld, Spaarnwoude en Waterland (de Munt). Hier liggen ook telgebieden voor het waarnemen van het aantal grutto-paren. We volgen hun broedsucces en we karteren de status van het grasland (graslandtype, pitrus-aanwezigheid en vegetatiehoogte). Dit alles om

een beter beeld te krijgen van het landgebruik door oudervogels wanneer ze jongen onder hun hoede hebben. Eind van het jaar organiseren we weer het Noordse woelmuizenfestival, hoogstwaarschijnlijk in Polder Zeevang, onder beheer van Staatsbosbeheer. Nieuw dit jaar is de samenwerking met faunabeheereenheid Noord-Holland. Zij gaan komende jaren de invloed van ganzenvraat op grasland en bodem inventariseren, en de verspreiding van ganzen na verstoring in kaart brengen. We proberen gezamenlijk op te trekken. Jorn van Eerden gaat dit jaar de boer op, met een vragenlijst over contract-adoptie waarin verschillende scenario’s voor het betalen voor ecosysteemdiensten centraal staan, om zo te achterhalen waar de voorkeur van boeren naar uitgaat. Gildas Assogba komt het team voor een jaar versterken en gaat aan de slag met een op individuen gebaseerde modellering van gedrag ter bevordering van een vitaal veenweidelandschap. Het RIVM gaat verder met het opschalen van onder andere onze gegevens over biodiversiteit en koolstofopslag, van perceel naar landschap.

En we zullen ons best weer doen om resultaten en gegevens met een breed publiek te delen via webinars, posters, presentaties, interviews en artikelen. En natuurlijk op de consortiumdagen, waarbij we op de eerstvolgende in mei onder andere terug zullen kijken op de vorige consortiumdag, kennis delen, en waarop we met de aanwezigen een bordspel willen ontwikkelen waarin de spelregels gebaseerd zijn op inzichten verkregen uit VeenVitaal. En nog veel, veel meer…

Polder Zeevang, nieuwe onderzoekslocatie in 2026

Grutto Ruimzicht doet zijn naam eer aan (door Roeland Bom)

Maart is altijd een enerverende maand als je in de veenweidegebieden werkt… Het betekent de terugkeer van onze grutto’s! De VeenVitaal-zendergrutto’s laten op ongekend gedetailleerd niveau zien wat ze doen tussen vertrek uit Nederland in het najaar en terugkeer naar de broedgebieden in het voorjaar. Dit levert keer op keer inspirerende verhalen op die de moeite waard zijn om te vertellen. Maar de meeste vogels hebben toch een behoorlijk identieke route die in de winter naar West-Afrika gaat en in het voorjaar via Spanje en Portugal terug naar Nederland.

Grutto Ruimzicht had wel een heel bijzondere reis, eentje die het vermelden meer dan waard is. Ik ving en zenderde deze vogel, een mannetje, op Bevrijdingsdag 2025 bij boerderij Ruimzicht in Spaarnwoude, samen met Marcel Slaterus.

Grutto Ruimzicht vlak voor het loslaten in 2025

Begin mei 2025 was Ruimzicht kort vader, maar hij raakte al snel zijn kuikens kwijt. Op 22 mei al vloog hij zuidwaarts tot de Girone-delta bij Bordeaux. Tot zover niets vreemds, hoewel een vertrek eind mei wat vroeg is. Na slechts een dag in de Girone-delta vertrok Ruimzicht naar het zuidoosten en op 24 mei heel vroeg in de ochtend kwam hij aan in de Camarque, het moerasgebied tussen Montpellier en Marseille. Op zichzelf ook niet vreemd, want de Camarque is een welbekende plek voor grutto’s, maar niet zozeer voor Nederlandse grutto’s.

Na ruim een maand, in de namiddag van 17 juli, koos Ruimzicht het ruime sop. Tot onze verbazing vloog hij pal naar het zuiden. Over Algerije, Niger en Nigeria, waar hij uiteindelijk in de vroege ochtend van 19 juli landde, dicht bij Lake Chad. Deze plek is een welbekende overwinteringsplek voor grutto’s, maar alleen voor grutto’s die veel oostelijker broeden dan Nederland, bijvoorbeeld in Polen en Finland. Nooit eerder was vastgesteld dat een Nederlandse grutto zo oostelijk trok!

De reis van Ruimzicht, met het hoogste punt boven de Sahara uitgelicht.

We weten niet of Ruimzicht deze route al eerder heeft gekozen, maar het ligt voor de hand dat hij is meegevlogen met oostelijk-broedende soortgenoten en zo tot deze ongebruikelijke route kwam.

Grutto’s zijn sociale vogels en we weten dankzij collega-onderzoekers dat de trek is aangeleerd, en niet aangeboren of genetisch geprogrameerd (https://www.rug.nl/news/2023/05/trek-van-de-grutto-aangeleerd-niet-aangeboren ).

Ruimzicht bleef in de herfst en winter rondom Lake Chad, afwisselend in Nigeria en Kameroen. Tot 15 februari 2026, toen vertrok hij noordwaarts. Wederom vloog hij over de Sahara, maar ditmaal nog oostelijker, boven Libië. Hij trok in één keer door over de Middellandse Zee, net ten westen van Griekenland en heel even boven de hak van de laars van Italië. Op 16 februari, rond theetijd, boog hij boven de Adriatische Zee opeens sterk naar het oosten. Bosnië Herzegovina zag hij op 4 km hoogte, waarna hij de daling inzette en landde bij Crna Mlaka, in Kroatië.

In onze Spaarnwoude-appgroep deelden we enthousiast de tracks, en er werd gespeculeerd of hij nu wel of niet verdwaald was. Een mailtje naar de lokale natuurbeschermers van dat gebied leverde helaas niets op; we hadden Ruimzicht natuurlijk graag even gezien.
Op 21 februari vertrok Ruimzicht weer, nog weer verder oostelijk. Dit keer landde hij na een korte vlucht in oost-Hongarije, in Hortobágy, ook een bekende gruttoplek. Hier bleef hij wat langer, tot 11 maart. Dit keer was de koers noordwest, richting Spaarndam! Maar Ruimzicht maakte het weer spannend: hij landde in oost-Oostenrijk bij de Neusiedler See.

Op de vraag of hij ooit nog zou “thuiskomen” in Spaarndam kregen we nog steeds geen antwoord. Op 23 maart kregen we tot onze vreugde een positie door boven Nederland! Ruimzicht meldde zich op 338 meter hoogte boven Enschede. De volgende dagen kregen we geen update van Ruimzicht, maar gelukkig hadden we ogen in het veld. Marcel Slaterus zag en fotografeerde Ruimzicht… op het land van boerderij Ruimzicht! Dat kijkt toch een beetje anders naar zo’n vogel. Het zou geweldig zijn als we Ruimzicht nog een jaar kunnen volgen en kijken wat zijn route wordt komende winter. Was zijn oostelijke route eenmalig, een gevolg van sociale “peer-pressure” van oostelijk broedende grutto’s? Hopelijk gaan we het zien. Maar nu natuurlijk eerst maar hopen op een succesvol broedseizoen.

De hoogte van de vlucht van Ruimzicht van de Camargue naar Lake Chad, over de Sahara. Ruimzicht kwam tijdens deze vlucht tot 7012m boven zeeniveau. De VeenVitaal-grutto’s zijn te volgen op: https://www.globalflywaynetwork.org/tracks/project/black-tailed-godwits-veenvitaal

Vernieuwde website – neem een kijkje!

Onze oude website dateerde van de start van het project, in 2022. Omdat er nu steeds meer onderzoeksresultaten gereedkomen, zullen we ook meer artikelen, video’s en presentaties via de site gaan willen delen. Daarom hebben we website-maker Emile Zeldenrust gevraagd om een nieuwe site voor ons te maken die logischer is ingedeeld, prettiger leest en gemakkelijker aan te vullen is. We zijn heel blij met het resultaat! Alle inhoud van de oude site is verhuisd naar de nieuwe, die u vindt op het vertrouwde webadres: www.veenvitaal.info.

Op de nieuwe site zullen we voortaan ook het nieuws van het programma VIP-NL delen.

Feedback op de site is van harte welkom – laten we samen zorgen voor een uitnodigend digitaal uithangbord om de in VeenVitaal opgedane kennis en ervaring te delen met zoveel mogelijk mensen.

Op de nieuwe website zijn de verschillende resultaten van het onderzoek gemakkelijker te vinden

VeeST – Zorgelijke staat van veenweidesloten

Het project Veenweidesloot van de Toekomst ligt inhoudelijk dicht bij thema’s van VeenVitaal. Daarom delen we af en toe ook VeeST-nieuws op de VeenVitaal-website of in de Nieuwsbrief.
VeeST is onderdeel van het Veenweiden Innovatieprogramma Nederland (VIPNL) en wordt uitgevoerd in opdracht van het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC). VeeST onderzoekt veenweidesloten in het brede Nederlandse veenweidegebied, maar onder andere ook in gebieden waar VeenVitaal-onderzoekers actief zijn, zoals Polder Westzaan, Spaarnwoude, de Ronde Hoep, Zeevang en het Wormer- en Jisperveld. De onlangs gepubliceerde tussenrapportage van VeeST bevat de resultaten van het tot en met 2025 uitgevoerde onderzoek.

De ecologische toestand van veel veenweidesloten blijkt zorgelijker dan vooraf werd verwacht. In bijna tweehonderd onderzochte sloten blijkt de biodiversiteit laag, zijn waterplanten vaak afwezig en stapelen problemen rond slib, waterkwaliteit en oeverstabiliteit zich op. Tegelijkertijd tonen enkele sloten aan dat herstel mogelijk is, vooral bij terughoudend en zorgvuldig beheer.
De tussenrapportage van VeeST is een tussenstand, maar maakt duidelijk dat gerichte keuzes in beheer en belasting essentieel zijn om de veenweidesloot van de toekomst mogelijk te maken. Lees meer over de rapportage op de site van het Veenweiden Innovatiecentrum of lees meer over het VeeST-project als geheel in de Themasheet Veenweidesloot van de toekomst – VIPNL.


66x bingo op tweede Braakballenpluis-festival

Maar liefst 66 exemplaren van de Noordse woelmuis werden er gevonden op het tweede Braakballenpluisfestival op 23 januari 2026. Een 25-tal deelnemers, een brede doorsnede door de partners van VeenVitaal, kwam samen in het O2-gebouw van de Vrije Universiteit Amsterdam. Doel: het pluizen van honderden braakballen van kerkuilen, op zoek naar schedeltjes en kaakjes van de Noordse woelmuis. Deze woelmuis is bijzonder; het is het enige endemische zoogdier van ons land. De ondersoort die in Nederland leeft komt nergens anders ter wereld voor.

Schedeltjes en kaakjes – restanten van een kerkuilenmaaltijd

De Noordse woelmuis is een kritische soort wat betreft de keuze van zijn habitat. De voorkeur gaat uit naar een structuurrijke slootoever, met hoge en lage planten, en hij houdt van natte voeten. Daar voelt de soort zich thuis en kan hij andere woelmuizen, zoals de concurrerende veldmuis en aardmuis, de baas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in veenweiden deze leuke soort nog relatief veel wordt gevonden. Maar niet overal, en daarom was de vraag van deze dag: waar houdt de soort zich op?

De braakballen waren verzameld op vier locaties, naast en in de broedkasten van kerkuilen in schuren van verschillende boeren. De locaties waren Zaandam (Polder Westzaan), Oostzaan (Het Twiske), Spijkerboor (Wormer en Jisperveld) en Spaarnwoude. Voordat we aan de slag gingen met het uit elkaar trekken van de braakballen hield Nico Jonker eerst nog inspirerende lezing over de Kerkuil en zijn dieet, het voorkomen van de Noordse woelmuis in Europa en Nederland, hoe je braakballen pluist en hoe je de verschillende soorten muizen kunt herkennen. Gewapend met deze kennis zijn door de deelnemers in een middag tijd 512 muizen gevonden, die door aanwezige kenners op naam werden gebracht. Dit gaf een totaal aantal van 10 muizensoorten, waaronder 66 exemplaren van de Noordse woelmuis.

Met uitzondering van Spaarnwoude, de enige locatie ónder het Noordzeekanaal, is in de braakballen van de kerkuil de Noordse woelmuis gevonden. Op de foto hieronder zijn de kaakjes te zien. Het aandeel van de Noordse woelmuis in het dieet van de kerkuil varieerde van 12% in Spijkerboor tot 18% in Oostzaan. Naast de Noordse woelmuis waren de veldmuis en de huisspitsmuis, deze laatste een insecteneter, veel aanwezig in de prooiresten. Verder nog opmerkelijk waren de vondst van de zeldzame waterspitsmuis in braakballen verzameld in Oostzaan en Spijkerboor. In de directe leefomgeving van de kerkuilen in beide dorpen liggen veel natte veenweiden en veenmosrietland, habitat van deze mooie soort. Voor veel deelnemers was het de eerste keer om braakballen te pluizen en om te proberen gevonden prooien op naam te brengen. Fons Bongers zat achter de microscoop met camera en kon veel deelnemers de eerste beginselen van het determineren van muizenschedels en kaakjes uitleggen. De waarnemingen (zie ook tabel hieronder) zijn opgestuurd naar de Zoogdiervereniging die een database bijhoudt van prooiresten in braakballen geplozen door vrijwilligers in heel Nederland (klik hier voor een mooi artikel erover). Voor Noord-Holland konden weer drie locaties met aanwezigheid van Noordse woelmuis aan het bestand worden toegevoegd. Volgend jaar organiseren we het derde Braakballenpluisfestival. Nu al zin in pluizen? Dat kan via de Zoogdiervereniging!

Zoeken naar kaakjes van de Noordse woelmuis op het tweede Braakballenpluisfestival aan de VU

Consortiummeeting in Wilnis

In november vond er weer een Consortiummeeting plaats, dit keer in Paviljoen Toren De Grote Sniep in Wilnis. Met ruim 25 deelnemers was het proppen geblazen, want dit paviljoen is dan wel genoemd naar veenweide-natuurgebied De Grote Sniep, zelf is het heel bescheiden van omvang en daardoor erg gezellig. Bep Schrammeijer startte de dag met uitleg over een citizen science-project over landschap. Er was een gastlezing van Jack Windig (WUR) over het gebruik van koeienrassen in natuurinclusieve landbouw, en de PhD-onderzoekers gaven een update van hun onderzoek. De middag had de vorm van een werksessie: samen bogen we ons over de vraag hoe we de onderzoeksresultaten het meest effectief kunnen ‘vertalen’ naar de verschillende stakeholdergroepen.

Consortiummeeting in Wilnis, eind november 2025