Slootkanten langs weilanden bieden veel kansen voor de diversiteit van plant en dier en het tegengaan van uitspoeling van voedingsstoffen van grasland naar het oppervlakte water. Vraag is hoe breed moet een slootkant zijn en hoe kun je de oevers het beste beheren? Om dit te onderzoeken zijn we gestart met het in kaart brengen van de diversiteit van planten en bodemfauna en stikstof in slootkant met een verschillend beheer. Een oever kan bestaan uit een bufferzone van ongeveer een meter breed tot een natuurvriendelijek oever van vijf meter breed. In beide gevallen wordt er niet bemest. Het beheer kan bestaan uit de natuur haar gang laten gaan, tot maaien van de vegetatie met of zonder (na)beweiding met koeien. Om de invloed op de rijkdom aan bodemfauna te meten zetten we potvallen uit langs de slootkant om aanwezige loopkevers, spinnen, pissebedden en miljoenpoten te verzamelen. BNNVARA Vroege Vogels ging een ochtend met ons mee naar het zuiderveen bij het leggen van de potvallen.
Luister link: Onderzoek naar oeverinsecten – Vroege Vogels – BNNVARA
