Landschap

VeenVitaal en Landschap

Het laagveengebied van Laag-Holland is een typisch Nederlands landschap, met hoge natuurlijke en culturele waarden. Het is het soort van landschap waar Nederland internationaal beroemd om is, en het trekt dan ook veel toeristen en dagjesmensen. Maar ook grondeigenaren en grondgebruikers in het gebied (zoals boeren en bewoners) noemen “het landschap” als hen gevraagd wordt naar wat ze waarderen in hun regio. De kwaliteit van dit historische landschap is echter sterk achteruitgegaan door o.a. intensivering van de landbouw, bebouwing en klimaatverandering. Bij het huidige beheer van de veengrond, met op veel plaatsen een kunstmatig laag grondwaterpeil, heeft het veen de eigenschap om af te breken en te verdwijnen. Dit leidt tot bodemdaling, een verhoogde uitstoot van broeikasgassen en verlies van biodiversiteit. De sleutel tot verbetering ligt in een verduurzaming van de menselijke activiteiten in het gebied, met een vorm van landgebruik waardoor het veen niet langer afbreekt, maar behouden blijft. En dat op zo’n manier dat ook de biodiversiteit herstelt, agrariërs een goed inkomen hebben en de landschapswaarde hoog blijft.

Herstel van het landschap (water en bodem) in het veenweidegebied, en dus het stoppen van de veenafbraak, kan alleen via systeemherstel. Hiervoor is een diepgaand begrip nodig van het complexe systeem van bodemstructuur, water, bodemchemie en bodemleven. Om het veen en de biodiversiteit te behouden moet dus ook worden ingegrepen via de relevante fysisch-chemische processen, waarbij landbouwkundig gebruik, markt- en ketenvorming en beleid “volgend zijn”. Daarmee wordt bedoeld dat éérst wordt gekeken naar welke ecosysteem-herstelmaatregelen nodig zijn om het veen te behouden, en pas daarna wat je, gegeven die maatregelen, aan landbouwactiviteiten kunt ontplooien. Op dit moment worden er al ingrepen gedaan om het veenweidegebied te verduurzamen, maar het is de vraag of die daadwerkelijk leiden tot ecosysteemherstel. Of het nu gaat om het aanscherpen van maatregelen om de huidige functies van het gebied beter te behouden, of juist om het implementeren van functieverandering, er is altijd systeemkennis nodig. Dit vraagt om onafhankelijk onderzoek en indicatoren.

Doel van Werkpakket 2

In VeenVitaal onderzoeken we in Werkpakket 2 (WP2, Ingrepen landschap en systeemherstel) welke ingrepen in het landschap effectief zijn voor het herstel van bodemgezondheid en waterkwaliteit. We onderzoeken hoe dit herstel bijdraagt aan de versteviging van verschillende ecosysteemdiensten in het gebied (voor een uitleg over ecosysteemdiensten, zie bijvoorbeeld hier). Deze ecosysteemdiensten worden vertaald naar alternatieve socio-economische bestaansmodellen voor agrariërs en terreinbeheerders, die hen handelingsperspectief bieden om hun landgebruik te verduurzamen. VeenVitaal neemt, zoals we dat noemen, een “systeem-vingerafdruk” op perceelniveau. Hiervoor gebruiken we al beschikbare gegevens, aangevuld met eigen metingen. Diversiteit aan planten en -vegetatiestructuur wordt reeds gemonitord. De systeem-vingerafdruk, die naast vegetatie ook informatie over geochemie en broeikasgasemissie bevat, wordt gerelateerd aan vegetatie-eigenschappen die met remote sensing (satellietbeelden, drone-foto’s etc.) worden gemeten. De Vrije Universiteit Amsterdam heeft een model ontwikkeld en getest dat de relaties beschrijft tussen de methaan-emissie en het geheel van planten-diversiteit, plant-eigenschappen en landgebruik. Als die relaties vastgelegd zijn, dan kunnen we met die kennis:

  • Inschatten in welke richting de samenstelling van plant- en diergemeenschappen zal gaan verschuiven bij een bepaalde verandering in beheer;
  • Bepalen wat de effectiviteit zal zijn van ingrepen op het herstel van biodiversiteit en systeemprocessen,
  • Het herstel monitoren door middel van op kennis gebaseerde KPIs (Kritische Prestatie-Indicatoren; voor uitleg over KPI’s zie bijvoorbeeld hier).

Het operationeel maken van een dergelijk systeem is het belangrijkste doel van WP2, maar ook van WP1 (zie hier) en levert input aan verdienmodellen waarbij boeren worden beloond voor geboekte resultaten op geselecteerde KPIs (WP3). Hiermee levert VeenVitaal een belangrijke bijdrage aan de benodigde input en onderbouwing voor de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij.